Namens de veteranen bij de herdenking van augustus
Het Comité Veteranen Apeldoorn-Epe-Voorst was op 15 augustus met een vier personen sterke deputatie aanwezig bij de herdenking op Nationaal Ereveld Loenen. Met onze aanwezigheid wilden wij namens de veteranen uit de drie gemeenten respect betuigen aan allen die tijdens de Tweede Wereldoorlog en de strijd in voormalig Nederlands-Indië hebben gediend, gestreden en offers hebben gebracht.
Door namens het Veteranencomité een bloemstuk te leggen eren wij in het bijzonder de militairen en andere strijders die onder vaak buitengewoon zware omstandigheden hun plicht vervulden en staan wij stil bij hen die daarbij het leven verloren.
Maar ons respect geldt nadrukkelijk ook alle andere slachtoffers van de oorlog en het geweld in voormalig Nederlands-Indië en hun nabestaanden. Als zichtbaar teken van medeleven en verbondenheid droegen wij daarom deze dag – in afwijking van het reguliere tenuevoorschrift – de Melati links op het revers.
Onze aanwezigheid past daarmee in de opdracht die wij als Veteranencomité voelen. Respect tonen voor de inzet en offers van toen, de herinnering daaraan levend houden en deze doorgeven aan volgende generaties.
Hieronder een verslag van de herdenking.
Herdenken wat eindigde, én wat daarna begon
Op Nationaal Ereveld Loenen is zaterdag 15 augustus het einde van de Tweede Wereldoorlog in Zuidoost-Azië herdacht. Een herdenking van een einde dat voor velen geen werkelijk einde betekende. Want toen Japan op 15 augustus 1945 capituleerde en daarmee voor het Koninkrijk der Nederlanden de Tweede Wereldoorlog formeel ten einde kwam, volgden in voormalig Nederlands-Indië niet onmiddellijk vrede en vrijheid. Er brak een nieuwe periode aan van onzekerheid, geweld, verlies en ontheemding.
Juist daarin ligt de bijzondere betekenis van 15 augustus. Nederland herdenkt de slachtoffers van de oorlog tegen Japan en de Japanse bezetting van voormalig Nederlands-Indië, maar staat ook stil bij de diepe sporen die oorlog, gevangenschap, geweld, verlies en gedwongen vertrek in volgende generaties hebben achtergelaten.
Op Nationaal Ereveld Loenen gebeurde dat bij De zeven Indische kruizen. De kruizen symboliseren de zeven Nederlandse erevelden in Indonesië, waar bijna 25.000 oorlogsslachtoffers hun laatste rustplaats hebben gevonden. Het zijn niet alleen begraafplaatsen, maar plaatsen van herinnering aan stille getuigen van levens die door oorlog en politieke conflicten werden afgebroken.
De herdenking in Loenen vond gelijktijdig plaats met die op Nederlands Ereveld Menteng Pulo in Jakarta. Twee plaatsen, duizenden kilometers van elkaar verwijderd, maar deze dag verbonden door dezelfde geschiedenis, hetzelfde verdriet en dezelfde opdracht om te blijven herinneren.
Zelfs het weer leek die verbondenheid te benadrukken. In Jakarta en Loenen was het warm en stond nauwelijks wind. Alleen Loenen kreeg op het moment suprême een broodnodig verkoelend buitje.
Verhalen die meereisden
15 augustus 1945 was een kantelpunt, maar voor veel inwoners van voormalig Nederlands-Indië begon daarmee geen vanzelfsprekende periode van vrede. Uiteindelijk kwamen ongeveer 350.000 mensen met zeer uiteenlopende achtergronden naar Nederland.
Hun verhalen reisden mee.
Verhalen over kampen en gevangenschap. Over honger en angst. Over mensen die verdwenen en nooit terugkeerden. Over het verlies van familie, huis en geboortegrond. En over opnieuw moeten beginnen in een land dat voor velen wel het vaderland heette, maar nog geen thuis was.
Inmiddels hebben meer dan twee miljoen Nederlanders een Indisch oorlogsverhaal in hun familiegeschiedenis. Sommige verhalen werden verteld. Andere bleven tientallen jaren onuitgesproken. Want ook stilte kan van generatie op generatie worden doorgegeven.
De Melati
Het symbool van 15 augustus is de Melati, de Indische jasmijn. Een kleine witte bloem die staat voor respect en medeleven, maar ook voor tederheid, vergankelijkheid, verdriet en gemis.
Eén enkele Melati kan symbool staan voor degene die er niet meer is, bijvoorbeeld een vader of moeder, een grootouder, broer of zus. Soms rest slechts een naam, een foto of een verhaal.
De bloem hoort bij Indonesië en gedijt maar moeilijk in Nederland. Ook daarin schuilt symboliek. Zoals een geur plotseling een lang vervlogen herinnering kan oproepen, staat de Melati voor het niet-vergeten.
En juist dát stond deze dag centraal.
Zeven kruizen, zeven vazen
De ceremoniemeester wees bij de opening op de bijzondere verbondenheid tussen Loenen en Indonesië. De zeven erekruizen werden met de hand vervaardigd en in 2017, samen met aarde van de Nederlandse erevelden in Indonesië, naar Loenen gebracht.
Zo zijn de mensen die duizenden kilometers verderop begraven liggen, op deze plek symbolisch dichtbij.
Die verbondenheid kreeg direct een menselijke invulling. Nabestaanden plaatsten bij ieder kruis een vaas met zonnebloemen ter nagedachtenis aan omgekomen familieleden.
Zeven kruizen. Zeven vazen. En achter iedere bloem namen, levens en verhalen.
Je kunt niet hopen op een beter verleden
Burgemeester Paula Jorritsma-Verkade plaatste de herdenking nadrukkelijk in het perspectief van wat ná 15 augustus 1945 gebeurde. Twee dagen na de Japanse capitulatie werd de Indonesische onafhankelijkheid uitgeroepen. Er volgde opnieuw een gewelddadige en onzekere periode. En ook degenen die uiteindelijk naar Nederland kwamen, ervoeren hier wel vrijheid, maar niet vanzelfsprekend een gastvrij welkom.
De burgemeester stond ook stil bij de wijze waarop Nederland naar het eigen koloniale verleden is gaan kijken en verantwoordelijkheid heeft genomen. Maar excuses alleen zijn niet voldoende. Geschiedenis is een voortdurende dialoog tussen heden en verleden. Het gesprek en vooral de daden die daaruit voortkomen, moeten doorgaan.
Dat wordt urgenter. De generatie die de gebeurtenissen zelf heeft meegemaakt is er bijna niet meer. Volgende generaties zullen daarom de herinneringen moeten overnemen.
Mevrouw Jorritsma-Verkade maakte dat tastbaar met het verhaal van Jorien Wallast en haar oma Mies. Een vrouw die na de oorlog als militair naar Nederlands-Indië vertrok en zeventig jaar zweeg over dat deel van haar leven. Haar geschiedenis bleek bovendien nauw verbonden met Apeldoorn en met een woning die tijdens de bezetting als onderduikadres werd gebruikt.
Achter oorlog, kolonialisme en ontheemding gaan individuele mensen en families schuil. Mensen met verhalen die soms een mensenleven lang niet werden uitgesproken.
De burgemeester riep daarom op de mensen die er nog zijn te bevragen en hun verhalen vast te leggen:
‘Je kunt niet hopen op een beter verleden, maar wel bouwen aan een hoopvolle toekomst’
Daarna besloot zij met de bekende woorden van dichter Leo Vroman, waarin misschien wel de essentie van deze 15 augustus-herdenking besloten ligt, namelijk: blijven vertellen, blijven luisteren en blijven herinneren.
Geen getal, maar een meisje van vier maanden
Dat achter ieder slachtoffer een mens en een familie schuilgaat, werd indringend duidelijk in de persoonlijke voordrachten van nabestaanden.
Dionne van Haastert vertelde over Sylvia Irene van Haastert, geboren in september 1945 in Semarang en vier maanden later overleden in Bangkok.
Slechts vier maanden oud.
Een kort leven, omgeven door vragen, familiegeheimen en het zo kenmerkende Indisch zwijgen. Een verhaal dat nooit helemaal kon worden afgemaakt, maar binnen de familie altijd is blijven bestaan.
Twee zoons verloren. Eén familie. Eén oorlog.
Daarna brachten Henriëtte en haar dochter Danique Müller de geschiedenis van Nederlands-Indië terug tot het verhaal van drie generaties binnen één familie.
Henriëtte vertelde over haar vader Henri, die als jongen de Japanse bezetting meemaakte op landbouwkolonie De Giesting in Zuid-Sumatra. Het gezin werd uiteengerukt en geïnterneerd. Haar grootvader Piet werd krijgsgevangen gemaakt, wist te ontsnappen en liep blootsvoets door de bossen terug naar zijn gezin, om vervolgens opnieuw gevangen te worden genomen. Via lokale bewakers konden hij en zijn vrouw Johanna elkaar heimelijk briefjes sturen.
Het gezin verloor twee zoons.
De 21-jarige KNIL-militair Puck Müller bevond zich in september 1944 aan boord van de Junyo Maru, een Japans transportschip met duizenden krijgsgevangenen en Indonesische dwangarbeiders. Het schip werd getorpedeerd en zonk. Bijna alle circa 5.600 opvarenden kwamen om. Ook Puck. Vier dagen eerder was hij 21 geworden.
Enkele maanden later stierf zijn veertienjarige broer Boengkie aan bloedvergiftiging nadat hij in een roestige spijker was getrapt.
Henriëtte vatte een onvoorstelbaar familieverdriet samen in enkele woorden:
‘Twee zoons verloren. Eén familie. Eén oorlog.’
Over het verdriet werd thuis nauwelijks gesproken. Het werd meegedragen in stilte. Het Indisch zwijgen.
Maar op deze 15 augustus in 2026 werd er wél gesproken, en hoe!!
Ook na de Japanse capitulatie kreeg de familie geen rust. In 1946 vertrok het gezin halsoverkop naar Nederland. Een heel leven in twee koffers; zie de foto’s. Dat is niet voor te stellen.
Henri keerde tien jaar later terug naar zijn geboorteland om daar opnieuw een toekomst op te bouwen. Maar ook die droom hield geen stand. Door de verslechterende verhouding tussen Nederland en Indonesië moest hij het land in 1958 opnieuw verlaten.
Zijn dochter Henriëtte bewaart die herinneringen. Kleindochter Danique behoort inmiddels tot de derde generatie. Zij heeft de oorlog niet meegemaakt, maar voelt dat de geschiedenis ook van haar is.
Daarmee kreeg hun voordracht een betekenis die ver boven het persoonlijke familieverhaal uitstak.
De eerste generatie maakte het mee.
De volgende generatie bewaarde de herinneringen.
En de derde generatie neemt de verantwoordelijkheid op zich om ze verder te vertellen.
Danique verwoordde haar verbondenheid met haar afkomst eenvoudig en indringend:
INDO staat voor mij ook voor: In Nederland Door Opa.
En vervolgens sloot ze af met de woorden: ‘Daarom geef ik ons verhaal vandaag door.’
Toen woorden niet meer nodig waren
Na het familieverhaal van Henriëtte en Danique volgde het Indisch Onze Vader.
Soms kan muziek zeggen wat woorden niet meer kunnen.
Gitarist Ona Joseph en zangeres Tyesha Sahuleka brachten het lied met zoveel gevoel dat de emotie bijna tastbaar over het ereveld trok. Wat daarvoor in verhalen was verteld over verlies, gemis, liefde en herinnering klonk nu door in snaren en stem.
De ontroering was zichtbaar bij de aanwezigen.
Bloemen zeggen wat woorden soms niet kunnen
De ceremoniemeester had het eerder die middag al gezegd: gemis, verlies en verdriet kunnen worden geuit met bloemen, woorden en muziek.
Op Nationaal Ereveld Loenen kwamen die drie deze middag samen.
Bij de zeven kruizen stonden de vazen met zonnebloemen. Daarna volgden de kransen en bloemstukken van onder meer de Nederlandse krijgsmacht, de gemeenten Apeldoorn en Voorst, Stichting Indisch Erfgoed, de Oorlogsgravenstichting, de Jongerenraad Apeldoorn, Rumah Sayah, Bronbeek en het Comité Veteranen Apeldoorn-Epe-Voorst.
Als eerste werd de Melatikrans geplaatst.
Daarna klonk het signaal Taptoe.
Een minuut stilte.
Op een ereveld waar zoveel levens en verhalen samenkomen, had die minuut nauwelijks uitleg nodig.
Vervolgens klonk het Wilhelmus en werd de Nederlandse vlag, die tijdens de herdenking halfstok had gehangen, langzaam in top gehesen. Het Wilhelmus en de hymnes bij de kransleggingen werden verzorgd door het ensemble van het Koninklijk Stedelijk Harmonie Orkest Apeldoorn onder leiding van Chris de Boer.
Na het laatste officiële bloemstuk kregen de aanwezigen gelegenheid hun eigen bloemen bij het monument te leggen.
En opnieuw werden grote historische gebeurtenissen teruggebracht tot iets heel persoonlijks door een bloem voor een vader, een moeder, opa, oma, broer, zus of ander familielid.
Blijven vertellen
81 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog in Zuidoost-Azië wordt de afstand tot 1945 ieder jaar groter. De generatie die zelf kan vertellen wat zij heeft meegemaakt wordt steeds kleiner.
Maar op deze 15 augustus in Loenen werd duidelijk dat herinneringen niet hoeven te verdwijnen wanneer nieuwe generaties bereid zijn ze over te nemen.
Van de zeven erevelden in Indonesië naar de zeven kruizen in Loenen.
Van hen die de oorlog meemaakten naar kinderen en kleinkinderen.
Van zwijgen naar vertellen.
Van herinneren naar doorgeven.
Daarom is 15 augustus meer dan een datum waarop Nederland terugkijkt naar het einde van een oorlog.
Het is een dag waarop namen opnieuw mensen worden. Waarop verhalen die lang verzwegen bleven alsnog worden verteld. En waarop een volgende generatie de verantwoordelijkheid aanvaardt om die verhalen mee te nemen naar de toekomst.
Want wat verloren ging kunnen we niet terugbrengen.
Maar wie verloren gingen, mogen we nooit vergeten.
Foto Astrid de Wilde